Is mijn muur dragend? Zo kom je erachter zonder te gokken
Iedereen kent het verhaal van de buurman die een muur eruit sloeg en wegkwam met een paar scheuren in het stucwerk. Dat is geen bewijs, dat is geluk. Een muur is dragend of hij is het niet, en dat kun je zonder sloopwerk vrij ver uitzoeken. Hieronder de volgorde die wij zelf aanhouden bij een opname.
5 minuten lezen
Kijk eerst naar wat er boven ligt
Vloeren dragen in één richting. De balken of de kanaalplaten lopen van de ene muur naar de andere, en die twee muren zijn dragend. De muren evenwijdig aan de balken dragen vaak niets meer dan zichzelf.
Op zolder of in de kruipruimte zie je de richting van de balklaag meestal zo. Lukt dat niet, klop dan met je knokkel op het plafond en luister waar het dof wordt. Een ander signaal is de plaats van de krakende plekken in de bovenvloer, die volgen de balken.
In oude Twentse arbeiderswoningen en in voormalige fabriekspanden kom je ijzeren balklagen tegen met troggewelven ertussen, soms met een gietijzeren kolom midden in de ruimte. Zo'n kolom staat er nooit voor de sier. Als je hem tegenkomt, laat je de zaak doorrekenen voordat je iets aanraakt.
Meet de dikte, maar trap niet in de standaard
Meet de muur bij een deurkozijn of een stopcontact, dus zonder het stucwerk mee te tellen. Een halfsteens wand van ongeveer tien centimeter draagt in een woning vaak niets. Een steensmuur van rond de 21 centimeter draagt meestal wel.
De valkuil zit in het midden. Gasbeton, kalkzandsteen en gipsblokken van zeven tot tien centimeter zien er hetzelfde uit als ze gestuukt zijn, terwijl gasbeton van tien centimeter in systeembouw soms wel degelijk vloerlast opneemt. De dikte alleen is dus een aanwijzing, geen uitspraak.
Kijk daarbij ook naar de aansluiting met de zijmuren en het plafond. Een wand die met een strook schuim of een kitvoeg tegen het plafond is gezet, is er duidelijk later ingezet. Een wand die er strak in is gemetseld en waarvan het stucwerk doorloopt, stond er vanaf het begin en heeft een grotere kans om mee te dragen.
Boor een proefgat en kijk naar het gruis
Boor op een onopvallende plek een gaatje van zes millimeter en vang het stof op in je hand. Wit en poederig wijst op gips of gasbeton. Grijs en korrelig wijst op kalkzandsteen of beton. Rood zand betekent metselwerk in baksteen.
Let ook op hoe de boor loopt. Zakt hij na twee centimeter ineens weg, dan zit er lucht achter en heb je te maken met een voorzetwand of een dubbele plaat. Dat gebeurt vaak bij woningen die ooit zijn nageïsoleerd, en het maakt de muur optisch veel dikker dan hij constructief is.
Volg de muur van de kelder tot de kap
Een dragende muur staat ergens op en draagt ergens naartoe. Loop de plattegrond van je huis in gedachten na, verdieping voor verdieping. Staat er beneden een fundering onder en boven precies dezelfde muur, dan is de kans groot dat hij meedoet.
Houdt de muur op de eerste verdieping ineens op of staat hij daar een halve meter verschoven, dan is hij waarschijnlijk later gezet. Kijk ook naar de kruipruimte: een muur zonder poer of funderingsstrook eronder draagt zelden een vloer.
Vraag het bouwdossier op bij de gemeente
Van vrijwel elke woning van na de oorlog ligt er een bouwdossier in het gemeentearchief. Je vraagt het meestal digitaal op en vaak zitten er plattegronden en een constructietekening bij. Daar staat gewoon op welke wanden dragend zijn bedoeld.
Dat is nergens zo nuttig als in de wederopbouwwijken van Almelo en Borne. Daar is met systemen gebouwd waarbij de ene scheidingswand meedraagt en de buurwand op het oog identiek is maar nergens voor dient. In Borne is inmiddels 11 procent van de woningvoorraad van de laatste tien jaar, en bij die nieuwere bouw zit het dossier vaak nog compleet bij de vorige eigenaar.
In gestapelde bouw ligt het anders. Enschede heeft 40,8 procent meergezinswoningen, en in een appartement zijn de woningscheidende wanden bijna altijd constructief én gemeenschappelijk. Dan heb je niet alleen een constructeur nodig maar ook toestemming van de vereniging van eigenaars.
Wanneer een constructeur echt nodig is
Zodra er ook maar een kans is dat de muur draagt, laat je hem doorrekenen. Een constructeur bepaalt de belasting, kiest het profiel en schrijft op hoe de oplegging aan weerszijden gemaakt moet worden. Die berekening heb je ook nodig richting de gemeente en je verzekeraar.
In de uitvoering betekent dat stempelen boven de muur, pas daarna slopen, en de stalen ligger stellen voordat de stempels eruit gaan. Een ligger van vier meter weegt al gauw twee tot drie honderd kilo, dus reken op hijsmateriaal of een doorvoer via de gevel. Dat hoort in de offerte te staan en niet als verrassing op de dag zelf.
Wat draagmuur verwijderen kost
De bandbreedte voor deze dienst, exclusief btw, afgezet tegen de duurste dienst in dezelfde eenheid.
Meteen aan de slag?
Lees onze volledige uitleg over draagmuur verwijderen, of vraag direct een vaste prijs aan. Stuur foto’s en de maten, dan heb je binnen 24 uur een concreet bedrag.